Specialistische kennis uit eigen keuken

“Wij willen met de ontwikkeling van composieten een bijdrage leveren aan de duurzaamheids­transitie. We hebben inmiddels een stevig kernteam geformeerd en we zijn de boer op gegaan om te kijken met welke projecten we kunnen starten. En de lijst is lang; het Composietenplatform staat in de startblokken.” Rudmer Heij, projectleider en business developer van het Composietenplatform is enthousiast over alle kansen die composieten en de samenwerking in dit veld bieden voor de regio. Maar stiekem kijkt hij ook al wat verder. “Ik sluit niet uit dat het een olievlek wordt.”

Eén van de belangrijkste partners is GKN Fokker. “Niemand in de wereld is zover gevorderd in de kennis van hightech composieten als Fokker.” Het is dan ook niet gek dat de provincie Drenthe in 2016, samen met GKN Fokker en NHL Stenden als partner, het project World Class Composite Solutions (WCCS) startte, om die kennis binnen het mkb en de kennisinstellingen in de regio te brengen en verder te ontwikkelen. Het Composietenplatform, door NHL Stenden onder de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe gebracht, is daar het logische vervolg op.

Enthousiast
Het Composietenplatform brengt alle kennis over composieten in het Noorden van het land bij elkaar. Om de kennispositie van de noordelijke provincies op dit gebied te versterken en voor een verdere ontwikkeling van de arbeidsmarkt. “We zijn dan ook enthousiast in het Composietenplatform gestapt”, vertelt Arnt Offringa, directeur Global Technology Center NL bij GKN Fokker en boegbeeld van het platform. “We werken al langer samen met NHL Stenden. Elk jaar komt hier een nieuwe lichting studenten en afstudeerders en als ze goed zijn, blijven ze vaak hangen.”

Excelleren
Dit illustreert meteen waarom de samenwerking en kennisdeling van onderwijs en het bedrijfsleven van zoveel toegevoegde waarde is. Rudy Folkersma, voorzitter van het kernteam en lector duurzame kunststoffen bij NHL Stenden ziet een kentering: “Vroeger stonden scholen op achterstand, omdat het lang duurde om een curriculum  aan te passen aan actuele ontwikkelingen. Een intensievere samenwerking zorgt ervoor dat kennis ook gelijk terugvloeit naar het onderwijs.” En dat die ontwikkeling steeds meer gelijk opgaat, biedt kansen. “Voor studenten creëren we de mogelijkheid om te excelleren. We hebben inmiddels de minor Composite design solutions ontwikkeld. En met een stage en afstudeerrichting bij GKN Fokker of Nedcam leveren we echte specialisten op gebied van composieten af, die meteen in de regio aan de slag kunnen.”

Specifiek
De kracht van het platform ligt natuurlijk niet alleen in de arbeidsmarkt, maar de composieten zelf bieden enorm veel kansen voor het ontwikkelen van nieuwe, duurzame materialen, waar de markt ook steeds meer om vraagt. Rudy legt uit: “Composieten bestaan uit een vezel en een bindmiddel en het mooie ervan is, dat je een materiaal kunt samenstellen voor echt specifieke toepassingen. De vezel kan kunststof zijn, maar ook glas of koolstof of natuurlijke vezels zoals vlas of hennep.” Al die verschillende combinatiemogelijkheden, maken composieten breed inzetbaar. Voor de bouw, voor de meubelindustrie en bijvoorbeeld voor vliegtuigen.

Mooi
En daar weet Arnt  alles van. “GKN Fokker heeft als vliegtuigbouwer veel ervaring met de ontwikkeling van de technologie en het productieproces van, met name, zogenoemde vezel versterkte thermoplasten. Dat zijn lichte, loeisterke composieten, die je ook weer zacht kunt maken door ze te verhitten. Je kunt ze dan opnieuw vormgeven, lassen, kneden én, belangrijk, recyclen. Het is echt een mooi composiet. Daar lopen we in Nederland mee voorop.” En met deze kennis kan ook de vliegtuigindustrie verder verduurzamen. “We mogen bijvoorbeeld delen ontwikkelen voor de nieuwe markt van elektrisch vliegen. Dat is duurzamer en vraagt om nieuwe en lichte materialen.”

Windmolenbladen
Daarnaast kan de kennis van GKN Fokker over thermoplasten een oplossing bieden bij een duurzaamheidsvraagstuk in de toekomst dat, nota bene, door windmolens wordt veroorzaakt. “Windmolenbladen worden op dit moment gemaakt van een niet-recyclebaar composiet. Meestal glasvezel met een soort epoxy of polyester. Wanneer deze over een paar jaar vervangen moeten worden, zit je met een groot afvalprobleem. Daarom denken wij via het platform mee over de ontwikkeling van recyclebare windmolenbladen.”

Hennep
Door de grotere vraag naar duurzame bouwmaterialen, is de verwachting dat vooral de biocomposieten een belangrijker rol gaan spelen. Rudmer heeft er sterke beelden bij: “Biocomposiet is een goed en duurzaam alternatief voor hout. De houtprijzen zijn enorm gestegen en dat maakt biocomposiet steeds aantrekkelijker. Bovendien zouden we de vezels hier zelf kunnen verbouwen. Hennep is bijvoorbeeld uitermate geschikt om in composieten te verwerken.” Het is nog niet zover, maar dit is ook een ontwikkeling die de regio verder kan versterken.

Agro-restromen
Een goed voorbeeld van verregaande samenwerkingen op het gebied van biocomposiet is de ontwikkeling van het Satellite Lab bij MCE in Emmen. “Dat is een verwerker van agro-reststromen, met een proeftuin om onderzoek te doen naar de mogelijkheden daarvan. In een zogenaamde pultrusielijn maken ze van biocomposieten profielen, voor onder andere de bouw, en frames voor zonnepanelen.” Deze frames gaan gebruikt worden in het Fieldlab zonnepark Oranjepoort dat in Emmen komt. “Op dit moment zijn de frames van zonnepanelen namelijk van verzinkt staal. Dat zink komt in de bodem terecht en is dus vervuilend.” Beide projecten worden naar alle waarschijnlijkheid in het voorjaar van 2022 gerealiseerd.

Compose It
Kortom, de diversiteit van composieten bieden op allerlei vlakken grote kansen en het komt nu neer om die, als bedrijven en kennisinstellingen in de regio, te verzilveren in nog meer aansprekende projecten. Via het platform wisten ze elkaar al te vinden, maar op 14 oktober gaat de website van het Composietenplatform, dat de naam ‘Compose It’ heeft gekregen, live en die geeft daar ongetwijfeld een extra impuls aan. Composieten zijn de toekomst en dat mag iedereen weten.  

Dit artikel is eerder gepubliceerd door Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe

Scroll naar top